Jeugdstrafrecht voor ouders / verzorgers

Specialist in jeugdzaken
Ik voldoe aan de vereisten die de Raad voor Rechtsbijstand stelt aan advocaten die bijstand verlenen in jeugdstrafzaken en inzake verzoeken tot machtiging uithuisplaatsing van minderjarigen in een gesloten jeugdzorginrichting.

Als een minderjarige wordt vervolgd wegens een misdrijf, dan wordt ‘automatisch’ een advocaat aangewezen om de minderjarige bij te staan. Als u wenst dat ik de belangen van uw kind behartig, dan kunt u contact met mij opnemen. Is in de zaak al een andere advocaat aangewezen, dan kan ik deze verzoeken om de zaak aan mij over te dragen.

De kosten van rechtsbijstand aan minderjarigen worden in strafzaken altijd door de overheid gedragen.

Wat kunt u van mij verwachten?
Als de rechtbank mij als advocaat van uw kind aanwijst, dan meld ik dat schriftelijk aan het kind en de ouders / verzorgers. Vaak weet ik dan nog niet waarvan uw kind wordt verdacht en hoe de zaak verder zal verlopen. Ik heb nog geen beschikking over het strafdossier. Zodra ik dat heb ontvangen neem ik contact met u op voor het maken van een afspraak om de zaak op mijn kantoor te bespreken. Uitgangspunt is dat u daarbij aanwezig bent. U zult immers ook aanwezig moeten zijn op de latere zitting voor de rechter of officier van justitie.

In ons gesprek besteden we niet alleen aandacht aan het strafdossier. Ook de omstandigheden thuis, op school etc. zijn van belang. Soms spelen er problemen rond de ontwikkeling van het kind. In de regel wordt er ook een advies (aan de rechter) uitgebracht door de Raad voor de Kinderbescherming. Van dat advies krijg ik een kopie en indien wenselijk overleg ik met de opsteller van dat adviesrapport en eventuele andere (jeugd)hulpverleners als die bij uw kind betrokken zijn.

Twee mogelijkheden
Als uw kind wordt vervolgd, dan kan het zijn dat er een zitting voor de kinderrechter wordt gepland, of dat de officier van justitie over de zaak moet oordelen (zogenaamde officierszitting). In beide gevallen vindt de zitting achter gesloten deuren plaats en ontvangt u ook een oproep om op die zitting mee te komen. Zelf ben ik uiteraard ook aanwezig.

Bij de officier van justitie
Als de officier van justitie over de zaak beslist, dan kan dat in de vorm van een sepot als het een licht feit betreft. Dit betekent dat de officier van justitie uw kind niet verder zal vervolgen. Vaak worden wel voorwaarden aan dat sepot gesteld: soms de voorwaarde dat uw kind binnen een bepaalde proeftijd (bijv. 1 of 2 jaar) geen strafbare feiten zal begaan, soms de voorwaarde dat uw kind een werk- of leerstraf zal verrichten of dat er schade wordt vergoed. Ook kan de officier van justitie een transactie aanbieden of een strafbeschikking uitvaardigen. In die gevallen wordt vaak een werk- of leerstraf opgelegd.

Bij de kinderrechter
Als de zaak voor de kinderrechter komt, dan zal de officier van justitie ter zitting een strafeis doen en kan ik namens uw kind verweer voeren. De rechter zal uiteraard ook uw kind en u zelf vragen stellen. Uiteindelijk doet de kinderrechter uitspraak. Tegen die uitspraak kan binnen een termijn van veertien dagen hoger beroep worden ingesteld door zowel de officier van justitie als door de verdediging. Als advocaat van uw kind heb ik daar een eigen verantwoordelijkheid in, maar uiteraard overleg ik daarover eerst met u en uw kind.

Op de zitting van de kinderrechter is normaal gesproken ook een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Deze instantie neemt ruim voor de zitting contact op met u en uw kind en doet onderzoek naar de omstandigheden en achtergronden. Ook geeft de Raad een advies aan de officier van justitie (en kinderrechter) over de wijze van afdoening.

Zelfstandige verantwoordelijkheid en bevoegdheid
Als advocaat kom ik op voor de belangen van het kind. Dat doe ik uiteraard zoveel mogelijk in overleg met ouders / verzorgers, maar ik heb een eigen verantwoordelijkheid. Het kan voorkomen dat de belangen van het kind niet dezelfde zijn als die van de ouders / verzorgers, de belangen van het kind geven dan de doorslag.

Tussen 16 en 23 jaar? Adolescentenstrafrecht
Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in werking getreden. De regering wil hiermee de criminaliteit van risicojongeren effectiever aanpakken door de rechter meer mogelijkheden te geven bij de afdoening van strafzaken tegen jongeren.

Soms ook volwassenenstrafrecht toegepast op minderjarigen, of andersom
De rechter kan afhankelijk van de ontwikkeling van de jongere kiezen voor het jeugdstrafrecht of het gewone (volwassenen)strafrecht. In de praktijk betekent dit dat jongeren vanaf 16 jaar de kans lopen op veel hogere straffen (de maximum gevangenisstraf in het minderjarigenstrafrecht is twee jaar). Er is ook een andere kant van de medaille: op jongvolwassenen tot 23 jaar kan de kinderrechter ook het jeugdstrafrecht toepassen indien sprake is van een jeugdige ontwikkeling die de jongere te kwetsbaar maakt om volgens het volwassenenstrafrecht te worden berecht. In de praktijk gebeurt dit laatste echter zelden, en alleen wanneer de reclassering daartoe expliciet adviseert.

Omzetting PIJ in TBS
Voor invoering van de nieuwe wet konden minderjarigen bij ernstige (gewelds- en zeden)delicten jeugd-TBS worden opgelegd: de zogenaamde PIJ-maatregel. Deze maatregel had echter een beperkte duur. Met de nieuwe wet kan de PIJ-maatregel onder omstandigheden worden omgezet in TBS (die veel langer kan duren). Zo’n omzetting kan plaatsvinden als er aan het einde van de PIJ-maatregel nog steeds een ernstig risico is op recidive (herhalingsgevaar).

Hebt u verder nog vragen? Neem gerust contact met mij op.

Bart Sanders advocaat strafrecht Zutphen