Overzicht nieuw arbeidsrecht 2016

In 2015 vonden belangrijke wijzigingen plaats in het arbeidsrecht, met name het ontslagrecht door invoering van de WWZ. Al deze wijzigingen krijgen in de recente rechtspraak langzaamaan nadere invulling voor de rechtspraktijk. Ondertussen heeft de wetgever niet stilgezeten: in januari 2016 zijn weer nieuwe regels ingetreden. Om u up-to-date te houden volgt hieronder een kort overzicht van de belangrijkste aanpassingen.

Wet flexibel werken

Per 1 januari is de WAA (Wet Aanpassing Arbeidsduur) vervangen door de Wet flexibel werken (Wfw). De regeling heeft ten doel de werknemer in staat te stellen arbeid- en zorgtaken beter te kunnen combineren, waarbij de groei van deeltijdwerk in de visie van de regering past in de ontwikkeling van de samenleving.

De regeling geldt voor wergevers met 10 of meer werknemers in dienst. In de nieuwe regeling heeft de werknemer die ten minste 26 weken in dienst een recht op aanpassing van de arbeidsduur. De werknemer moet het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur ten minste twee maanden van tevoren doen. Het verzoek kan overigens ook de gewenste werkplaats (thuiswerk) of urenspreiding betreffen. De werkgever is verplicht om met de werknemer te overleggen over het verzoek. Slechts bij zwaarwegende bedrijfsbelangen hoeft de werkgever het verzoek niet in te willigen.

LET OP: Als de werkgever niet uiterlijk een maand voor de gevraagde ingangsdatum reageert op het verzoek van de werknemer, dan wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd!

Wet werken na AOW-gerechtigde leeftijd

Deze nieuwe wet maakt het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst te houden. De opzegtermijn is verkort tot één maand (net als in het geldende recht is geen toestemming van UWV nodig voor opzegging). Belangrijk is verder dat de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte is teruggebracht van 104 tot 13 weken. Verder is de ketenregeling voor AOW-gerechtigde werknemers verruimd: pas na 6 contracten of 4 jaar dienstverband ontstaat een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Van belang is ook dat de werkgever niet hoeft in te gaan op een verzoek van een AOW-gerechtigde om uitbreiding van het aantal werkuren.

Wet aanpak schijnconstructies

Per 1 januari 2016 moeten werkgevers (op straffe van een boete van Inspectie SZW) zorgen voor een duidelijke salarisstrook met toelichting op de bedragen. Verder is bepaald dat het minimumloon giraal moet worden betaald. Slechts het meerdere mag contant worden betaald. Overigens zullen per 1 juli 2016 constructies worden verboden waarbij werkgevers minder dan het minimumloon betalen door het inhouden van allerlei vergoedingen voor verblijf, maaltijden en vervoer etc.

VAR

De VAR gaat waarschijnlijk verdwijnen per 1 april 2016. Opdrachtnemers kunnen dan geen VAR meer aanvragen. In plaats van de VAr zal de Belastingdienst algemene modelovereenkomsten opstellen, op grond waarvan een opdrachtgever geen loonheffingen hoeft in te houden en te betalen. Deze overeenkomsten worden gepubliceerd op de site van de Belastingdienst. Belangenorganisaties van opdrachtgevers en van opdrachtnemers, individuele opdrachtgevers of hun intermediairs kunnen ook zelf overeenkomstnen opstellen en aan de Belastingdienst voorleggen. Dat kunnen bijvoorbeeld overeenkomsten voor een branche of beroepsgroep zijn. De Belastingdienst beoordeelt deze overeenkomsten en geeft vervolgens uitsluitsel of de opdrachtgever loonheffingen moet inhouden en betalen.